Terug naar overzicht

Wat wél werkt tegen jeugdcriminaliteit

    Jeugdcriminaliteit

07-04-2026

Gemeenten slagen er vaak nog onvoldoende in om jeugdcriminaliteit duurzaam terug te dringen. Met het programma Preventie met Gezag probeert het ministerie van Justitie en Veiligheid sinds 2022 te voorkomen dat jongeren afglijden in criminaliteit, én dat jongeren bij wie al zorgen zijn of die al een delict hebben gepleegd opnieuw de fout ingaan. Gemeenten geven daar elk op hun eigen manier invulling aan.

Volgens De Groene Amsterdammer (2024) is er inmiddels “een wildgroei aan interventies”, waarbij veel geld verdwijnt in projecten waarvan niet duidelijk is of ze werken – of zelfs averechts uitpakken. Jongeren met risicovol gedrag krijgen daardoor te lichte of juist te zware hulp, of worden pas geholpen als het te laat is – met alle gevolgen van dien.

Verwijs op tijd, verwijs passend

Sinds de Jeugdwet in 2015 is de toegang tot forensische zorg afhankelijk van hoe gemeenten die zorg organiseren. Dat leidt tot grote regionale verschillen. Trage besluitvorming en bureaucratie zorgen ervoor dat jongeren met (dreigend) delictgedrag vaak pas hulp krijgen als het al is geëscaleerd.

Rechters waarschuwden in 2022 dat jongeren die een behandeling opgelegd krijgen regelmatig te laat worden geholpen of de verkeerde zorg ontvangen (NOS, 2022). De Raad voor de Kinderbescherming pleitte daarom in 2023 voor landelijke inkoop van forensische jeugdzorg: “Gemeenten kopen die zorg niet altijd goed in. Daardoor duurt het lang voordat jongeren hulp krijgen – of ze krijgen het helemaal niet” (NOS, 2023).

Straf zonder behandeling werkt niet

De nadruk op repressie blijft hardnekkig. Jongeren worden gestraft, maar daarna volgt vaak niets. Terwijl al lang bekend is dat straf zonder behandeling weinig effect heeft: jongeren die in een jeugdgevangenis hebben gezeten, plegen in 57 tot 59 procent van de gevallen binnen twee jaar opnieuw een delict (Verweij e.a., 2021). Detentie zonder behandeling helpt niet; behandeling zonder vervolg evenmin. Veel jongeren keren terug naar dezelfde risicovolle omgeving. De overdracht tussen jeugdinrichtingen en gemeenten stokt, of blijft beperkt tot zorg zonder dat specialistische forensische behandelexpertise wordt betrokken. Daarmee doen we de samenleving tekort.

Jongeren zonder strafblad vallen buiten de boot

Gemeenten behandelen forensische jeugdzorg nog te vaak alsof die pas begint na een strafzaak. Daarmee wordt het doel van de Jeugdwet gemist: tijdige, passende zorg die jongeren en de samenleving beschermt.

Er is een grote groep jongeren met ernstig probleemgedrag – aanhoudende agressie, bedreiging of (seksuele) uitbuiting – die (nog) geen strafdossier heeft. Zij horen qua problematiek thuis in de specialistische forensische jeugdzorg, maar krijgen die hulp zelden. Vaak blijven ze verstoken van behandeling of krijgen lichte begeleiding bij instellingen die daar niet voor zijn toegerust. Pas als het escaleert, komt gespecialiseerde forensische zorg in beeld.

Forensische scherpte is geen extraatje

Ook bij jongeren zonder strafdossier is forensische expertise nodig. Het gaat om forensische scherpte: het vermogen om forensisch risico’s tijdig te herkennen, te duiden én te behandelen. Dat is geen vaardigheid die je ‘er even bij doet’. Het vraagt ervaring, continuïteit, multidisciplinair werken en een organisatie die is ingericht op risicogestuurd behandelen. 

Doe wat werkt

De kennis over wat wél werkt bestaat al. Met het Landelijk kwaliteitskader effectieve jeugdinterventies voor preventie van jeugdcriminaliteit (Ministerie van Justitie en Veiligheid, 2024) hebben gemeenten een instrument om jeugdcriminaliteit te voorkomen door effectieve zorg in te kopen. Het ministerie toetst sindsdien subsidieaanvragen voor preventieve zorg op effectiviteit en wetenschappelijke onderbouwing. Toch handelen te weinig gemeenten volgens de uitgangspunten van dit kader:

  • Herken risicovol gedrag vroeg en verwijs tijdig door naar specialistische forensische jeugdzorg.
  • Contracteer uitsluitend specialistische instellingen met aantoonbaar effectieve methoden.
  • Zorg voor behandeling tijdens én na detentie, inclusief goede overdracht en nazorg.
  • Borg continuïteit van behandeling en risicomanagement bij de overgang van jeugd naar volwassenheid.
  • Werk structureel samen met scholen, huisartsen, reclassering, politie en ggz.

Zolang gemeenten blijven werken met versnipperde inkoop, kortetermijnoplossingen en onvoldoende regie, blijven jongeren te laat of niet passend geholpen. Wie jeugdcriminaliteit écht wil aanpakken, moet durven investeren in specialistische zorg – vóórdat het misgaat.

Prof. dr. Larissa Hoogsteder, bijzonder hoogleraar forensische orthopedagogischediagnostiek en behandeling en directeur behandelzaken de Waag Dr. Rosalind van der Lem, psychiater, directeur patiëntenzorg Fivoor Ambulant

Bronnen: Landelijk Kwaliteitskader (2024); Ministerie van Justitie en Veiligheid (2023, 2024); Opportuun (2024); De Groene Amsterdammer (2024); NOS (2022, 2023); Verweij et al. (2021); Hoogsteder & Van Polen (2019).

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws met onze nieuwsbrief.
Meld je aan